Opmerkelijke communicatie

Regelmatig neem ik gedrag van mensen waar op communicatiegebied dat ik opmerkelijk vind. Deze observaties, interpretaties en meningen deel ik graag met u en ik hoop dat ik u daarmee een beetje aan het denken zet over effectief communiceren en wat daarbij komt kijken. Wilt u reageren, klik hieronder bij het desbetreffende stukje op de hyperlink en geef uw reactie, en dan neem ik contact met u op (indien gewenst).

---------------

November 2011
Twee ouders zitten in een dilemma. Beiden willen een andere keuze maken. De vader zegt: "Keuze A is het beste om te doen, dat dient niet alleen de belangen van ons kind het meest, maar is ook ethisch het meest juiste!" De moeder is voor keuze B en zij onderbouwt dit met dezelfde argumentatie. Ze komen er niet uit... In zo'n geval bieden mediators vaak aan om eens te kijken naar het Harvard-model van onderhandelingen voeren. Dit model, dat vaak prima resultaten biedt, gaat echter niet diepgaand in op keuzes waarbij ethiek de grootste rol speelt.

Handelingen, de vraag 'wat moeten we doen?' zijn vragen op 'normen'-niveau. Normen kunnen dan ook beschreven worden in regels hoe te handelen. Denk aan de 'Tien Geboden' of de 'Rechten van de Mens'. Als je het samen niet eens bent over de normen, over wat te doen, helpt het vaak om eens te kijken naar de achterliggende waarden. Berust het verschil in de keuzes die je maakt op verschillende waarden, dan helpt de dicussie op normenniveau meestal niet om een oplossing te vinden waar beide ouders blij mee zijn. Dan betreft het een dilemma over verschillende waarden: welke waarde van wie heeft prioriteit in dit geval? Is er een nieuwe norm te bedenken die aan die gezamenlijke waarde recht doet? Het Harvard-model biedt geen oplossing in het geval dat er geen gezamenlijke waarde kan worden gevonden. Wat dan te doen?

De filosoof Paul Ricoeur heeft ons mediators nog een ander hulpmiddel gegeven om in zo'n geval eens te gebruiken. Hij betoogde dat echt lastige ethische dilemma's in normen en waarden altijd te maken hebben met de kunst om individueel gelukkig / goed te leven met en voor anderen en binnen een rechtvaardige grotere context. Volgens hem zijn dat zaken die direct samenhangen met drie dingen die over de identiteit van mensen gaan:

Bij jezelf als individu, als relationeel wezen en als onderdeel van de 'instituties' passen dus bepaalde basiswaarden die bij ethische dilemma's een rol spelen. Ricoeur is er van overtuigd dat deze basiswaarden en normen door hem niet willekeurig gekozen zijn, maar in elke cultuur de kern weergegeven van 'hoe mensen gelukkig kunnen leven'. Aristoteles noemde ze ook al... Zijn basiswaarden en -normen komen ook overeen met de drie basiswetten van het 'Systemisch Werk', de basis van waaruit ik als professioneel begeleider werk. In elke situatie zal elke oplossing daarom een afweging zijn om een goede balans te verkrijgen tussen zelfachting, aan zelfbeschikking doen, zorgzaamheid, respect tonen, gelijkheid en rechtvaardig doen. Hoe ziet deze balans eruit bij de oplossingen A en B van beide ouders? Op deze manier eens kijken naar de eigen keuzes, maakt dat men een veel breder perspectief krijgt en dat is vaak de opening van waaruit men dan tot een goede oplsoosing kan komen. Staat u ook wel eens voor een dilemma en komt u er samen niet uit? Meem dan vooral contact met me op!

------------

maart 2011
Ik verdiepte me onlangs eens wat meer in MBTI. Dat bracht me in een wonderlijke wereld van 'dom denken'. Denkt u even met me mee?

De MBTI is een psychologisch model dat aangeeft voor welke van vier verschillende cognitieve functies we een natuurlijke voorkeur hebben. Die functie leren we het meest effectief leren gebruiken. Ook geeft het aan op welke manier we dat dan doen, wat onze tweede, derde en vierde functie is. Hierbij bouwt men voort op gedachtengoed van psycholoog Jung. Men spreekt van hoofdfunctie, eerste en tweede hulpfuncties en als vierde over je inferieure functie of schaduwkant. De hoofdfunctie is dus je favoriet en ben je je het meest bewust, je inferieure functie gebruik je vooral onbewust op stressmomenten. Men heeft daartoe de mensheid ingedeeld in 16 vakjes die elk worden aangeduid met vier letters, bijvoorbeeld INFJ of ESTP.

De eerste letter van de vier is de I of de E. I staat voor introvert en E extravert persoon. De volgende twee letters geven de hoofdfunctie en 1e hulpfunctie (NF, NT, SF of ST) aan en de vierde letter geeft aan hoe iemand in het leven staat (P of J). Maar of de eerste letter van de twee middenletters de hoofdfunctie of de 1e hulpfunctie aanduidt en wat de 2e hulpfunctie en de inferieure functie is, kun je niet direct aflezen uit de lettercombinaties van ‘jouw’ vakje. Dat kunnen alleen 'ingewijden'..

Die kunnen dat afleiden met behulp van de vooronderstellingen waar de MBTI vanuit gaat.
Hoe doen ze dat dan en met welke vooronderstellngen? Ik leg dat even uit. De begrippen waaruit voor de functies gekozen kan worden zijn denken (Thinking of T), voelen (Feeling of F), gewaarworden (Sensing of S) en intuïtief direct weten, iets ‘vatten in ene' (iNtuition of N). Deze woorden hebben echter wel een hele aparte eigen betekenis, die niet gelijk staat aan het normale gebruik ervan. Zo betekent Feeling niet 'voelen' of 'emotioneel', maar 'betekenis geven op grond van eigen gevoelswaarden'.

Psycholoog Jung beschreef deze functies in 1923 en deelde ze toen in twee groepen in: Rationele functies, waren T en F (Thinking en Feeling), de irrationele functies S en N (Sensing en INtuition). Ook maakte hij als eerste het onderscheid in introverte en extraverte mensen. Hij vond: deze voorkeuren zijn aangeboren, en je kunt er in de loop van je leven voor zorgen dat je hoofd- en hulpfuncties steeds meer ontwikkelt en dat je je bewuster wordt van je inferieure functie. Hij speelde ook met het idee dat je een zwakker ontwikkelde hoofdfunctie kon hebben en een beter ontwikkelde hulpfunctie of een hele sterke onbewuste schaduwkant. Kortom: een flexibel geheel. Maar hoe je dit onderscheid dan kunt waarnemen, wat welke functie is en welke voorkeursplaats hij heeft, dat heeft hij niet zo duidelijk gemaakt. Hij vond het al mooi als we onze hoofdfunctie en eerste hulpfunctie herkenden en ontwikkelden. Aan de P of J, zoals later door MBTI toegevoegd, deed hij niet. Alle functies kon je volgens hem zowel introvert (mentaal naar binnen gericht) als extravert (mentaal naar buiten gericht) gebruiken. Zo staat Ti voor introvert Thinking en Se voor extravert Sensing.

In de MBTI wordt de indeling van Jung in rationele en irrationele functies echter gelijkgesteld aan de begrippen judging (J) en percieving (P). De door Jung als rationele functies bestempelde Thinking en Feeling vatten MBTI’ers op als uitingen van Judging en het irrationele Sensing en Intuition vallen dan samen onder Perceiving. Judging en Perceiving geven weer (volgens de bedenkers van de MBTI: mevr. Brigss en Meyers-Briggs) hoe men zijn leven aanpakt (J = strikt, ordelijk en planmatig, P = open, chaotisch en flexibel). Judging en Percieving zegt dus vooral iets, volgens hen, over hoe je je beweegt in de buitenwereld en werd door hen dan ook min of meer gelijkgesteld aan ‘extravert doen’.

Als iemand mentaal vooral Introvert functioneert is en ook Perceiving, bijvoorbeeld dus de lettercombinatie INTP heeft, dan moet, volgens de MBTI, zijn 'perceiving functie' (dus N) zijn extraverte functie zijn. Daardoor wordt Thinking in dit geval dan zijn hoofdfunctie. Immers een introvert persoon kon geen extraverte hoofdfunctie hebben, is het idee. Een INTP'er met een introverte hoofdfunctie N kan volgens hen dus niet bestaan. Wat een rare vooronderstelling!
Dat doen en denken hierbij ernstig verward en verstrikt worden volgens mij, werd blijkbaar niet opgemerkt. Dit alles heeft gevolgen voor het aantal mogelijke lettercombinaties. Er zijn nu namelijk maar 16 soorten vierletterwoorden en geen 32.

Bent u op zoek naar een begeleider die niet werkt met modellen die mensen doen vergeten dat ze geen model zijn en die wel zorgvuldig let op vooronderstellingen? Dan bent u bij mij aan het juiste adres.

Voor wie prijs stelt op de kleine lettertjes, licht ik mijn bezwaren hieronder nog verder toe. U bent gewaarschuwd..

MBTI gaat ervan uit dat iemands hoofd- en 1e hulpfunctie tegengesteld moeten zijn in intro- en extraverte gerichtheid. Met als enig argument dat de persoon dan nog een beetje in evenwicht is. Ook Jung dacht aan dit evenwicht, maar volgens mij niet op zo'n absolute wijze. Dit betekent dat volgens MBTI de persoon met INTP het meest gebruik maakt van zijn hoofdfunctie introverte Thinking (Ti) en daarna van het extraverte Intuition (Ne) als 1e hulpfunctie. De vierde inferieure functie zou altijd de tegenovergestelde judging of percievingfunctie zijn van de hoofdfunctie. Is de T de hoofdfunctie, dan moet F de inferieure zijn. (Ik hoop dat u het nog kunt volgen…)

Iemand met INTP krijgt dan de functievolgorde van Ti - Ne - Si - Fe. Iemand met INTJ heeft als volgorde Ni - Te - Fi - Se. Kortom: die J of P op het einde van het vierletterwoord, verandert meer dan je denkt! Eigenlijk verandert dan dus alles! Er is ook een stroming binnen MBTI die bij de 2e hulpfunctie de richting e of i in het midden laat.

Hiermee sloot men dus uit dat een introvert iemand, die bijvoorbeeld eigenlijk zelf vind dat ‘introverte intuition’ zijn hoofdfunctie is, gekoppeld kan zijn aan Percieving. Immers: dat kan alleen zo zijn, volgens de MBTI-redenering, als hij 'Judging doet' en dat geldt alleen maar voor personen die INTJ ‘zijn’. (Judgingfunctie T ‘moet’ extravert zijn, dus de N wordt hier dan wel hoofdfunctie...). Of hij moet extravert zijn... o nee, dat kan niet want hij is introvert... Nou, dan betekent het gewoon dat die introverte INtuition bij deze persoon een sterk ontwikkelde hulpfunctie was...Kortom, deze persoon kan volgens de MBTI geen juist zelfbeeld hebben...

En dit geldt dus voor de helft van de mensen die proberen hun MBTI-type vast te stellen... Het model werd dan ook doorontwikkeld en om dit probleem op te lossen zijn er subrubrieken en treden bedacht (MBTI-Step II). Op gedragsniveau... , want dat is zo makkelijk meetbaar. De correlatie tussen denken en doen is blijkbaar ook nog eenduidig en causaal eendimensionaal.

Waarom o waarom heeft men echter niet gewoon de eerdere onjuiste vooronderstellingen eruitgehaald??? Dat Judging en Percieving weinig te maken hebben met introverte en extraverte hoofdfuncties? De hele gedachtegang van MBTI is een inperking op onjuiste gronden van de complexe werkelijkheid van de werking van cognitieve functies en het is me dan ook een raadsel dat velen de MBTI zien als een getrouwe afspiegeling van die werkelijkheid.

Ik sprak laatst een coach over de MBTI, want zo gaat dat als je je in een onderwerp verdiept, kom je het ook 'tegen'. Die snapte niets van mijn bezwaren. Hij wees op de vele onderzoeken en relevante significante uitslagen op tests. Als er zovelen waren die dit een juist model achten, hoe kon ik dan daartegen zijn? Had ik wel op website X gekeken en boek A t/m Z gelezen (ja)? Hij wilde uitgebreid de discussie aangaan en ging door, ook toen ik aangaf op een gegeven moment, daar verder niet voor in te zijn. Stiekum dacht ik: Jij 'bent' dan zeker iemand met ESTJ (Hoofdfunctie Te, 1e hulpfunctie Si, 2e hulpfunctie Ne en inferieure functie Fi) Gelukkig kan ik zoiets direct afleiden uit zijn manier van doen: mijn cognitieve functies werken namelijk prima. Ja, ik begrijp het best wel, die MBTI!

Reflecteren op cognitieve functies, die daarvoor moeten worden onderscheiden, en weten hoe je ze gebruikt: prima! Theoretiseren over 'hoe het samenhangt': prima! Onderzoek doen: prima! Maar MBTI beschouwen als een goed doordacht model: Dacht het niet! Voelt niet goed! (Ben ik nu T of F (:), in ieder geval wel J, toch?)

---------------
februari 2011

In een column op www.managementsite.nl las ik bij toeval dat je bij effectief communiceren je niet zou moeten verdiepen in psychologische achtergronden en drijfveren van je gesprekspartners. Dat was overbodig: je moest gewoon doen wat werkt, dat is oplossingsgericht! Nu is het mij een raadsel waarom hier een tegenstelling geopperd wordt die niet bestaat. Immers: aansluiten met je eigen wijze van communiceren bij drijfveren van je gesprekspartner werkt wel degelijk: de communicatie wordt er aantoonbaar efectiever van: je doet dan dus wat werkt. De redeneringsfout die hier gemaakt wordt is dat probleemgericht versus oplossingsgericht vergeleken wordt met het koppel verdieping in drijfveren versus effectief communiceren. Verdiepen in drijfveren is in deze redenering vergelijkbaar / gelijk met probleemgericht. Blijkbaar ziet de schrijver van het stukje de psyche van de mens als een probleem. Tja....

Naar inhoud en vorm kloppende redeneringen kunnen maken is een kunde die helaas nog maar weinig wordt onderwezen. Eigenlijk moet je daarvoor tegenwoordig algemene taalwetenschap gaan studeren. Als je geluk hebt, dan komt het ook aan de orde in colleges over wetenschapsfilosofie. Deze vakken bestuderen maar weinig mensen. In de meeste opleidingen is er geen tijd en ruimte voor. Ik merk dan ook vaak dat mensen niet effectief kunnen argumenteren en overtuigen. Op de opiniepagina's van kranten, in vragen van interviewers verscholen, in programma's met politici: steeds weer maken mensen gebruik van cirkel-, stroman-, post hoc-, ad populum- en hellend vlak redeneringen, bewijslastontduiking of grondverschuiving, zonder dat de gesprekspartner het opvalt.

Gelukkig kan ik in mijn trainingen hier wel wat aan doen: het is dan vaak een onderdeel dat mensen erg leuk vinden om te leren: direct toepasbaar, zeer oplossingsgericht (vooral ook in combinatie met die drijfveren...) Maar in het gewone leven zeg ik er zelf ook weing van: simpel omdat ik nietwil overkomen als klager of betweter in gevallen waar de ander eigenlijk niets te verwijten valt: men heeft het gewoon niet geleerd... Heeft u ook wel eens het gevoel dat er iets niet klopt in een argumentatie, maar weet u niet precies hoe u daar de vinger op kunt leggen en / of adequaat tegengas kunt geven? Geeft niets: een oplossing is zo gevonden als u even reageert!

---------
Juni 2010
Verkennende gesprekken voeren over wie met wie plaats neemt in een volgende regering: het is in volle gang. Ik heb sterk de indruk dat de rituele dans de boventoon voert en de inhoud (even?) het onderspit delft. Natuurlijk wordt dit gedaan met verwijzing naar die inhoud: wat men wil bereiken en op welke manier, uitgangspunten die erkenning moeten krijgen. Om het hardst roept men dat men persoonlijk niets tegen elkaar heeft, maar wel wat tegen elkaars opvattingen en mogelijke intenties en dat het daarom niet logisch is om nu al te onderhandelen. Wat een onzin!

Persoonlijk heb ik best wat tegen mensen met opvattingen of intenties die totaal niet de mijne zijn. Ik zeg dat ook liever niet hardop, maar het is wel waar. In het leven van alledag maak ik dan ook geen onderscheid tussen de persoon en diens mening, u wel? Sterker nog: iemands opvatting is volgens mij een onderdeel van die persoon. Gewoonlijk werk ik niet vanzelfsprekend prettig samen met iemand die totaal andere uitgangspunten en opvattingen heeft dan ik. Om toch goed samen te kunnen werken met mensen wiens mening je tegenstaat, betekent volgens mij niet dat men het eigen oordeel over de ander moet ontkennen door er drogredeneringen omheen te bouwen. Kenmerken van personen, die nu juist die identiteit van die persoon uitmaken, van die persoon afsplitsen is zo'n drogredenering. Roepen dat je niets tegen de persoon hebt, is het ontkennen van de werkelijkheid en je eigen oordeel. Roepen dat verschillen van opvatting reden is om niet inhoudelijk te spreken met elkaar idem dito, want wanneer spreek je dan wel over inhoudelijke zaken? Als je het al eens bent? Ken je eigen grenzen en wensen en wees daar helder over: dat maakt precies duidelijk of en hoe er kan worden samengewerkt.

Waar je dan voor kunt kiezen is het erkennen van je eigen oordelen en ook de opvattingen van de ander insluiten die je lastig vindt (dat is iets anders dan het er mee eens zijn). Mensen spreken het best met mensen als ze elkaar echt accepteren en respecteren. Dat maakt namelijk dat het gesprek diepgang kan krijgen en door de ander werkelijk helemaal toe te laten, kun je jezelf en de ander in het gesprek inspireren en motiveren. Discussie (ik heb gelijk, jij niet) krijgt dan de kans om een dialoog te worden (hoe komen wij tot overeenstemming in doelen en middelen ondanks verschillende uitgangspunten, gevoelens en verlangens). Als je eigen oordelen en de opvattingen van de ander kunt insluiten, wordt alles voor omstanders ook veel helderder. Zeker als je eigen nare kanten ook in de ogen durft te kijken en te benoemen. Dat is niet gemakkelijk, maar wel de moeite waard. Steeds weer merk ik, binnen mijn werk, dat dit heus kan lukken.

Ik weet ook wel dat de politici vooral willen aangeven dat zij tolerante en weldenkende mensen zijn. Dat ze mensen zijn die prefereren om met elkaar in gesprek te blijven boven de wapens oppakken of elkaar uitsluiten. Daar ben ik ook voor. Toch zou ik willen dat zij zich hierin met meer zorgvuldigheid uitdrukken: niet de schijn wekken door hun formulering dat zij delen van mensen uitsluiten en zichzelf zo 'mooier' voordoen dan ze zijn. Ook politici zijn gewone mensen van de menselijke maat. Oordelen heeft iedereen en oordeelloos worden is wel een mooi ideaal, maar niet praktisch uitvoerbaar. Om dan maar je oordeel te ontkennen is geen duurzame oplossing.

Handiger lijkt het mij om als politicus te leren hoe je verstandig met die negatieve oordelen over anderen om kan gaan. Hoe je het goede voorbeeld zou kunnen geven hoe mensen effectief om kunnen gaan met die lastige werkelijkheid zonder een schijnwerkelijkheid te creeëren. Dat heet: de kloof verkleinen. Doet u zich ook wel eens mooier voor dan u bent en heeft dit soms nare gevolgen? Is dat wat u wilt? Heeft u daar geen grip op, wees dan eerlijk tegen uzelf en zet bijvoorbeeld hier een eerste stap!

--------------
November 2009
Onlangs kreeg ik een cursusbeschrijving onder ogen waarin sprake was van 'leren om elkaar te ont-moeten". Zo'n streepje in een woord zie ik steeds vaker. Daardoor geeft de schrijver een hele andere betekenis aan het betreffende woord dan de oorspronkelijke, althans dat is de vooronderstelling vaak. Blijkbaar associeert de schrijver in dit geval de betekenis van ontmoeten met het woord "ont' (voorvoegsel voor scheiding) en moeten (verplicht zijn tot). 'Ont' als scheidend voorvoegsel staat bijvoorbeeld in woorden als ontredderd en ontvreemden.

Maar de etymologische (in de loop van de geschiedenis gegroeide) betekenis van beide onderdelen van het woord ontmoeten, is een hele andere:

Mensen die dit verbindingsstreepje zetten vinden dus misschien zelf dat 'beginnen met ruimte vinden bij elkaar' een hele verplichting is, een gevoel waar ze wellicht liever vanaf willen.

Wil de schrijver niet dit onderliggende gevoel communiceren? Dan speelt hij waarschijnlijk gewoon 'leuk' en in eigen ogen creatief met de taal. Dat is vaak de andere verklaring voor deze streepjes-in-woorden: iemand geeft expres een andere betekenis aan het woord en gebruikt die andere betekenis dan om een en ander te benadrukken, recht te zetten of aan te vallen. Maar bij deze invalshoek denk ik direct: weet hij of zij dan wel dat ze hier gebruik maken van een klassieke drogeredenering, namelijk wat ze in de taalwetenschap 'stromanredenering' noemen?

A: “Een HBO-opleiding is echt niet zo zwaar als wel eens wordt beweerd.”
B: “Nou, ik vind absoluut niet dat het HBO makkelijk is, kijk maar eens naar het aantal afvallers na het eerste jaar!”
(‘niet zo zwaar als wel eens wordt beweerd’ van spreker A wordt hier door spreker B verdraaid tot ‘makkelijk’)

Kan je dan niet spelen met taal zonder dat je alleen je eigen gevoelens laat zien of de woorden van de ander verdraait? Ja hoor, dat kan! Maar daarvoor moet je mijn inziens wel echt goed met taal zijn zoals drs. P of Freek de Jonge. De rest mag het van mij laten. Wilt u dit be-amen (:) ?

------------
September 2009
Hoewel ik zelf veel bezig ben met leerprocessen van mezelf en anderen en ik vind dat het leven in het algemeen ook één groot leerproces is, krijg ik toch steeds meer de behoefte om ook de andere kant van de medaille te benadrukken en soms hardop te roepen:

Hou op! Je bent goed zoals je bent. Je hoeft niet te groeien, te veranderen, meer te presteren, nog meer kennis te vergaren, POPafspraken te maken op je werk, meer te oefenen of wat dan ook. Ga gewoon eens leven, accepteer jezelf zoals je bent en geniet ervan!

De afgelopen week informeerde een cursist van een hogeschool waaraan ik als freelancedocent mensen begeleid, of er niet nog meer oefenvragen waren, want ze voelde zich zo onzeker over het examen. Betreffende dame had als cijfers over de te leren stof een 9 en een 9,5 gehaald.

En een andere vraag kwam van een cliënt die merkte dat hij niet deed zoals zijn vrouw wilde dat hij deed omdat dit niet strookte met zijn aard. Maar hij wilde wel een goede relatie met haar. Kon ik niet iets aan zijn karakter veranderen?

Een derde vraag kwam van een collega-coach. Vond ik ook niet dat zij nog die bepaalde verdiepingscursus in haar vakgebied moest doen, zodat ze daarna wellicht nog meer zou overkomen als een vakbekwame coach?

De cursis kende de stof, de cliënt wist wat aan hemzelf onveranderbaar was, en de collega
is echt al superbekwaam en wijs. Maar blijkbaar vinden zij zelf van niet.

Neem de collega: zij heeft, net zoals de vakvereniging die haar tot die cursussen verplicht, het gevoel dat ze haar vakbekwaamheid alleen kan aantonen door jaar in jaar uit cursussen te volgen die ze zelf zou kunnen geven. In plaats van erop te vertrouwen dat ze inmiddels goed genoeg is in haar vak en ze daarom heus wel zorgt dat ze bijblijft en aan kritische (zelf)reflectie doet.

Zou u ook wel eens willen blijven stilstaan en slechts waardering willen tonen voor al aanwezige kennis, diversiteit, ervaring en kunde, of gewoon hoe mensen nu eenmaal zijn? Ik lees graag uw mening daarover.

------------
Mei 2009
Het begrip 'mindfullness' duikt al een tijdje op in veel tijdschrijften, boeken, uitnodigingen voor vakcongressen en workshops die collega's aanbieden. Niet iedereen verstaat er hetzelfde onder; bij de een word je je steeds bewuster van je lichaam en leer je van een afstandje naar jezelf te kijken bij alles wat je doet en denkt. Bij de ander leer je juist je beter te concentreren waarbij je helemaal opgaat in dat wat je doet: je valt ermee samen en je vergeet op zo'n moment dat je fysiek ook nog aanwezig bent. En bij weer een derde leer je de dingen die je doet gewoon met aandacht te doen, het tegenovergestelde van 'multitasking'.

Toen er ook een workshop 'mindfull communiceren' langskwam, dacht ik: 'Het moet niet gekker worden, blijkbaar moet oude wijn, steeds weer in nieuwe zakken worden verkocht, maar dit gaat me te ver." Ook ik pleit al jaren ervoor dat mensen bewust en met aandacht communiceren, en tegelijkertijd leer ik mensen dat dit alleen werkt als je dat op de 'automatische piloot' kan en dat betekent: veel oefenen!

Toch zal ik mijn werk nooit aanprijzen met de term 'mindfull'. De term is me teveel gericht op jezelf, je eigen 'mind' en beleving, terwijl communiceren nu juist tweerichtingsverkeer is en je aandacht voor de ander daarbij onmisbaar is. Je moet juist veel kunnen multitasken als je effectief aan het communiceren bent en tegelijkertijd blijft het dan gefocussed en to the point.... Zoveel verwarring in één begrip: de inhoud van zo'n workshop "mindfull communiceren' wordt daardoor mijn inziens onduidelijk: een contradictio in terminis. Bent u ook voor heldere communicatie en wilt u die meer vinden? Zend me dan een reactie!

------------
December 2008
De afgelopen maanden zijn er er interessante voorvallen geweest met politici waarbij hun manier van communiceren een cruciale rol leek te spelen. Het meest opvallend vond ik het debat rond Ella Vogelaar. Zij meldde, na haar aftreden, in het TV programa Nova, dat ze bij interviewers en journalisten, zoals die van Geenstijl.nl, een fysieke walging voelde opkomen en dat ze daardoor als het ware bevroor tijdens het contact met zo iemand. Ze zat er kordaat bij terwijl ze dit zei en keek zonder schroom de camera in.

Als kijker interpreteerde ik haar non-verbale gedrag, ze dacht wellicht iets in de trant van: "Heb ik geen gelijk, dan? Moet zo'n interviewer mij niet eerst respect betonen voordat hij dat terug verwacht?" Moet ik zulke botheid en slechte manieren dan maar allemaal normaal vinden? Ik wil daar gewoon niet aan mee doen, dat is toch mijn goed recht?" En ja, wat kon je als interviewster van dat moment (Chaja Polak) dan daarop terugzeggen?

Vervolgens stonden de kranten bol van briefschrijvers die Ella een hart onder de riem staken ("iemand als zij zou juist door Bos gesteund moeten worden: had hij niet vorig jaar nog geroepen: fatsoen moet je doen?") en de mensen die vonden dat ze terecht minister-af was ("als ze niet handig kan omgaan met de media en hen kan 'bespelen', dan is ze niet geschikt voor zo'n functie"). Volgens mij worden hier meerdere zaken door elkaar gehaald en daardoor appels met peren vergeleken. Namelijk:

Daarbij vergeten alle betrokken hun verborgen aanname gewoon hardop te zeggen: hun eigen mening is zonder uitzondering: "Jij moet doen zoals ik vind dat jij moet doen." Dit geldt m.i. dus zowel voor Ella Vogelaar als de 'botte' journalisten als Wouter Bos als de schrijvers naar de kranten. En ik denk: "Kom op, mensen: een kind kan toch inzien dat zo'n mening bestaat uit een irrationele gedachte?" Wordt eens volwassen. Gedrag roept gedrag op: vriendelijk gedrag roept vriendelijk gedrag op, bot gedrag roept bot gedrag op, dat weet iedereen. Gedraag je daar dan naar. Als je wilt dat de ander anders reageert, kun je alleen maar doen zoals jezelf behandeld wilt worden: meer macht heb je niet! Wat verder ook kan:


--------
September 2008
Ik ben er tussenuit geweest om samen met mijn partner een rondreis te maken in onze zeilboot, een North Beach 24. We zijn rond Engeland gevaren, genoten van de vele verschillende gezichten van de zee en hebben ervaren hoe vriendelijk het contact was met mensen uit bijvoorbeeld West Schotland of Wales. Behulpzaam en geduldig, fijnzinnig humoristich en met echte interesse in ons wel en wee.

Half augustus voeren we in Zeeland weer de eerste sluis binnen en meteen was het duidelijk dat we weer in Nederland waren: de engelse beleefdheid en galantheid waren verleden tijd. Schippers drongen voor, hielden geen rekening met andermans (on)kunde in het varen en aanleggen en schreeuwden meer bevelen dan dat ze iets vroegen aan elkaar. Sluiswachters riiepen botte opmerkingen naar de boosdoeners en onervaren sluishulpen van Rijkswaterstaat gaven onduidelijke instructies.

Ik bedacht me hoe dit over kan komen op Engelsen die voor het eerst met hun boot in Nederland komen en deze ervaring als eerste kennismaking met Nederlanders zullen hebben. Ik schaamde me voor mijn landgenoten ook al was er geen Engelsman te bekennen op dat moment. Ik keek duidelijk ineens met "Engelse" ogen naar onze communicatiecultuur. Voordeel van deze schutting in de sluis: ik ben weer extra geinspireerd om te beginnen met mijn geweldige werk! Merkt u ook wel eens culturele verschillen in de communicatie op? Graag uw reactie!

--------
April 2008
Als trainer in communicatieve vaardigheden werk ik regelmatig met groepen mensen. En in elke groep kunnen deelnemers zitten die het maar lastig of ongemakkelijk vinden om iets voor of na te doen. Die het eng vinden om een vaardigheid te oefenen met de andere deelnemers terwijl de trainer er naast zit en alles ziet wat ze doen of laten. Nog erger kan het worden als iemand het idee heeft dat ik, als trainer of coach, een negatief oordeel heb over het gedrrag van die deelnemer. Psychologisch is hier dan vaak sprake van projectie:dan kan iemands faalangst toeslaan of men interpreteert elke opmerking of tip van mij als negatieve feedback.

Ik voel me gelukkig altijd vrij om in principe alles te benoemen wat me relevant lijkt en geen blad voor de mond te nemen, onder het motto: 'juist dat wat een deelnemer liever niet wil horen, is vaak datgene waar hij zijn voordeel mee kan doen.' Of niet natuurlijk: hij is immers vrij om met mijn woorden te doen wat hij wil.

Soms er ook wel eens zo'n deelnemer die zijn ongemak niet rechtstreeks aan mij als trainer teruggeeft. Jammer is dat: zulke mensen doen zichzelf (en mij) dan zo te kort. Soms is het ook niet de inhoud van wat ik zeg die hard aankomt, 'maar 'de manier waarop ik kijk' of 'hoe ik er bij zit'. Dit toont mijns inziens prachtig aan dat bij het interpreteren van (non verbaal) communicatief gedrag er altijd twee mensen zijn, in dit geval ik als zender (trainer heeft de beste bedoelingen maar komt niet zo over: communiceert dus niet effectief) en de ontvanger (deelnemer projecteert eigen oordeel op mij: communiceert ook niet effectief).

Ik kom er steeds meer achter welke 'soort' deelnemers het zijn die zo reageren en ik heb er inmiddels vrede mee dat het nu eenmaal zo is dat ik niet altijd iedereen tevreden kan stellen: niemand is immers perfect. Ik kijk, sinds ik Om de Tafel Communicatie run, naar al mijn deelnemers met een open hart en kan alleen maar hopen dat zij, die dat niet naar mij toe kunnen, dat toch ook ooit nog leren, net zoals ik dat zelf heb gedaan. Zo leren we samen steeds weer niet zozeer ons gedrag te veranderen, als wel onze interpretaties over dat gedrag. Zegt u altijd wat u denkt over de ander tegen die ander? Waarom wel of niet? Graag uw reactie!

---------
Februari 2008
Onlangs zijn er in mijn omgeving een aantal mensen waar ik van hield overleden. Dat betekende onder meer: elkaar ontmoeten bij uitvaartbijeenkomsten en begrafenissen. In mijn ogen zijn deze zaken bedoeld om stil te staan bij het afscheid nemen, er woorden voor te vinden, je emoties een plek te geven en elkaar te ondersteunen in het dragen van de nieuwe situatie. Maar natuurlijk lukt dat niet altijd.

Op een van de begrafenissen heb ik me eenzamer gevoeld dan ooit tevoren. Ik ontmoette mensen die ik al heel lang niet meer had gesproken of gezien en natuurlijk ook mensen die ik helemaal niet ken, maar waarmee de overledene ook een band had. Niemand maakte echt contact met elkaar: iedereen luisterde vanuit zijn eigen cocon naar de muziek uit luidsprekers. De familieleden uitgezonderd, toonde niemand enige emotie. De sprekers leken wel over iemand anders te spreken dan ik heb gekend. Ook ik kon het niet opbrengen om echt contact met de andere aanwezigen te maken, bang als ik was dat het tonen van mijn gevoel bij hen niet in goede aarde zou vallen. Zelfgekozen eenzaamheid dus.

Thuisgekomen las ik in een boek over kwantummechanica de volgende woorden: "De wereld is opgebouwd op basis van onze gevoelens, waarnemingen en herinneringen (Schrodinger)." en "Het universum is niet opgebouwd uit stukjes materie, maar uit stukjes kennis: subjectieve, veelbetekenende stukjes in het bewustzijn (Neumann)." Het zijn precies de woorden waarvan ik de betekenis met de overledene heb gedeeld. En ik maakte door stil te staan bij deze woorden, weer contact met de wereld en de mensen om me heen. Kunt u gevoelens van eenzaamheid binnen contacten ook doorbreken? En zo ja, hoe doet u dat dan? Graag uw reactie!

-----------
November 2007
De laatste paar maanden heb ik een aantal korte en eenmalige bijeenkomsten gehad met verschillende cliënten. De een zat zeer krap bij kas en kon maar 1 bijeenkomst betalen, de ander wilde eerst een keertje in de praktijk meemaken hoe ik dan werkte. Een volgende dacht zelf dat haar probleem wel in een uurtje met mijn hulp opgelost zou zijjn. In alle gevallen had ik zo van te voren mijn (ernstige) twijfels: is er dan wel ruimte voor zorgvuldigheid in een zo kort tijdsbestek? En als dat dan wel het geval is, hoe voorkom ik dan een gevoel van haast en urgentie in het contact met die ander?

Tot mijn verbazing kan ik echter constateren dat ik in alle drie de gevallen me druk heb gemaakt voor niets: we werkten aan datgene waar het om ging en waren tevreden over de resultaten. Het contact en het onderlinge vertrouwen was dan ook steeds uitstekend: er was steeds sprake van mensen die het aandurfden om eens te kijken op een plek waar ze nog niet gekeken hadden. Alle drie wisten ze al wel wat ze anders wilden doen in hun manier van communiceren met anderen, maar deden ze niet wat ze wisten. Wat hield hen tegen?

Ik ontdekte een parallelle beleving in hun 'systeem van herkomst' en heb nu een hypothese hierover bedacht die ik de komende tijd nader ga toetsen en uitwerken. Ik verklap hier nog niet mijn hypothese, maar wil wel delen dat ik het geweldig vind dat ik zulke cliënten op mijn weg kreeg. Door het contact met hen, krijg ik meer inzicht in wat mogelijk is! Zou u meer willen weten over wat uw 'systeem van herkomst' voor invloed heeft op uw manier van communiceren? Graag uw reactie!

---------
Juni 2007
Dit voorjaar ga ik naar diverse vakbijeenkomsten. Het eerste congres belooft een echte uitwisseling van HRD-professionals te worden. Van te voren mogen deelnemers op een pre-bijeenkomst hun vragen aan de andere deelnemers inventariseren. Dan is daar de dag zelf en ...helaas: we krijgen 4 uur lang lezingen over ons heen en het workshopgedeelte bestaat alleen uit het nogmaals inventariseren van weer dezelfde vragen.

De tweede bijeenkomst is bedoeld voor ondernemers die bezig willen zijn met innovatie. We zitten in een zaal en krijgen veel lezingen van 'bobo's en het workshopgedeelte is maar een uurtje.

Vol goede moed ga ik daarna naar een cursus voor coaches en therapeuten die een specialisatie delen. De ruimte is weer gevuld met echte vakmensen. En daar zitten we weer en horen we wat we ook al hadden gelezen in de vakliteratuur....

Drie bijeenkomsten waar een unieke mix van mensen aanwezig is die bulken van de kennis, ervaringen, best practise cases, nieuwe ideeën en die van elkaar zoveel kunnen opsteken! Maar de organiseerders van de bijeenkomsten weten het elke keer zo in te richten dat daar geen ruimte voor is. Als communicatietrainer jeuken dan mijn handen...Toch blijf ik gaan en probeer ik deze kritiek op constructieve wijze aan de juiste persoon te geven. Ik waardeer de diverse initiatieven zeer en wil hen niet ontmoedigen.
Zal ik eens een training maken voor organiseerders om leuke interactieve uitwisselingsmomenten goed vorm te geven zodat deze bijeenkomsten echte leermomenten worden voor de aanwezigen? Zou u daar behoefte aan hebben? Graag uw reactie!

-----------
December 2006
Op een bijeenkomst vindt een prijsuitreiking plaats. De genomineerden mogen vertellen aan de zaal, waarin ik deel uitmaak van de toehoorders, wat zij hebben gedaan om in aanmerking te komen voor de nominaties. Om de beurt gaan ze aan de slag. De gespreksleider kondigt aan dat dit zal gebeuren in de vorm van een SMS-debat. Dat lijkt leuk! Terwijl de spreker spreekt, is heel de zaal bezig om op zijn mobiel een sms-je (met vraag aan de sprekers) in te toetsen. Contact met de spreker wordt zo verbroken want twee dingen tegelijkertijd met echte aandacht doen is voor de meeste van ons niet weggelegd. Als je sms-t, kun je niet tegelijkertijd echt luisteren en de spreker steeds aankijken. De vragen verschijnen allemaal op een scherm dat zich achter de spreker bevindt. Die mag zich na vijf minuten omdraaien om de vragen te lezen en er eentje uit te kiezen. Daartoe verbreekt hij of zij het contact met de zaal, want hij staat vervolgens met de rug naar het publiek. Die keuze valt steeds op een 'leuke' of 'makkelijke' vraag, wat de angel uit elke aanzet tot debat haalt. Tegelijkertijd rinkelen er steeds mobieltjes, ze staan immers allemaal aan en beginnen mensen gesprekken op te nemen, dus geroezemoes alom. De sprekers raken de draad kwijt en berijpen de vragen niet, ze vragen uitleg aan de vraagstellers. Maar die hebben niet goed kunnen opletten en zijn daarom niet meegegaan in de redenering. Daarom legt de spreker nogmaals hetzelfde uit. Dus wat blijkt? Het is de term debat niet waard en SMS ingezet op deze manier betekent alleen Stoppen Met Spreken en Spraakverwarring Maakt Sprakeloos. Ik denk dat een technisch hulpmiddel om te communiceren met elkaar hier een doel op zich werd. Dat lijkt me geen goede ontwikkeling. Hoe had dit beter gecombineerd kunnen worden? Wat vindt u? Graag uw reactie!

-----------
November 2006
In oktober overkwamen me de volgende dingen: Ik mail een vraag naar mijn contactpersoon bij een bedrijf. Weken later ontvang ik ineens per post een antwoord.
Ik stuur kopij naar een verenigingsblad. Weken later zie ik ineens dat het stuk is afgedrukt.
Ik schrijf op verzoek van een executeur testamentair mijn vragen over wat ik voor een bepaalde datum moet doen of laten schriftelijk. Op die datum heb ik nog geen antwoord. Ik weet niet wat de reden is dat ik niets terughoor in deze gevallen. Dat maakt me onzeker in het contact.

Een vriendelijk mailtje in een eerder stadium ter bevestiging dat mijn vraag in behandeling is, mijn stuk zal worden beoordeeld, of een tijdig antwoord op mijn vraag had me goed gedaan. Helaas is deze simpele manier van omgaan met je klant, dus geen gemeengoed.
Er is nog veel werk te doen voor mijn bureau, vindt u ook niet? Graag uw reactie!

--------------
Augustus 2006
Ik ben in gezelschap van twee andere vrouwen en we ontmoeten een vierde vrouw op een vakbeurs die zegt te werken en leven 'vanuit je hart en een overvloed aan liefde'. De vakvrouw richt het woord tot ons drieën en binnen vijf minuten is mijn ene metgezel boos, de tweede vindt dat ze een probleem krijgt aangepraat en ook ik heb een onprettig gevoel. Blijkbaar houdt het "bio-sensitief aanvoelen" waarvan deze dame haar beroep heeft gemaakt niet in dat ze onze nonverbale feedback over haar gedrag oppikt. Intuïtief besluit ik de folder over een workshop die deze dame geeft niet mee te nemen. Toch denk ik later: zou ik de dame mijn feedback alsnog gaan geven? Zou ze daar niet van opknappen? Ik heb die neiging wel vaker. Ik doe het niet want ik weet dat ongevraagde feedback meestal echt geen zoden aan de dijk zet en bovendien vind ik het een beetje arrogant van mezelf. En waarom zou ik me er mee bemoeien: wie gaat zich daar nu beter van voelen? Wat vindt u van het ongevraagd geven of ontvangen van kritiek? Graag uw reactie!

------------
Januari 2006
M
et een groepje studenten HBO-management, bij het vak communicatieve vaardigheden, onderstaand gedichtje van Erik van Os gelezen, en hen daarbij de vraag gesteld: "Wie spreekt hier vanuit welk referentiekader?"

Dag papegaai, zei de pinguïn
Dag papegaai, zei de papegaai.
Nee, zei de pinguïn, jij moet dag pinguïn zeggen.
Nee, zei de papegaai, jij moet dag pinguïn zeggen.
Nee, zei de pinguïn, ik ben een pinguïn.
Jij bent een papegaai, zei de pinguïn,
Jij bent een papegaai, zei de papegaai.
Stomme papegaai, zei de pinguïn.
Stomme pinguïn, zei de papegaai.

Dit waren hun reacties:
reactie 1: Hoe kan die laatste regel nou, de papagaai moet toch gewoon nazeggen?
reactie 2: Dit is toch geen gedicht? Ik vind het maar stom.
reactie 3: Wat heeft dit nu met communicatie te maken?
reactie 4: Het referentiekader is dat van de dichter die doet alsof die dieren dat bewust kunnen hebben.
reactie 5: Als de pinguïn voor de papagaai denkt, wordt de papagaai boos.
reactie 6: Nee, dat is juist andersom.

Wat zou u antwoorden? Graag uw reactie!

--------
Mei 2005
Deze maand drie verschillende mensen gesproken die met mij een gesprek begonnen over hoogbegaafde mensen en wat dat kan betekenen voor communiceren met deze mensen. Nu weet ik als ervaringskundige veel van dit onderwerp af, dus ik luisterde geïnteresseerd naar wat ze vertelden. De eerste zei: "Snap jij dat nou dat iemand die zo intelligent is niet meteen begrijpt dat andere mensen hem niet zo snel kunnen volgen? Ik niet!"
De tweede zei: "Ik krijg op de een of andere manier steeds hoogbegaafde mensen als cliënt, ik vind het hele leuke mensen om mee te werken."
De derde zei: "Vind jij ook niet dat hoogbegaafden die er zelf over beginnen nog arroganter overkomen dan ze al zijn?"
Ik kon de verleiding niet weerstaan om in mijn reacties in te gaan op de (verborgen) aannames waar deze mensen blijk van gaven. Op het gevaar af dat ik achtereenvolgens waarschijnlijk onlogisch, ernstig en uit de hoogte overkwam.
Maakt u deze denkwijze ook wel eens mee? En hoe reageert u dan? Of begrijpt u helemaal niet wat ik hier wil zeggen? Graag uw reactie!

----------
Maart 2005
Iemand vraagt mij advies over de layout van een folder. Nu is dat niet mijn core-business, maar als oud-marketeer en graficus vind ik dat altijd leuk om te doen. Hij stuurt de folder dus naar me toe en ik open vol verwachting de envelop. Een prachtige 'design' bedrukte zacht plastic driehoek valt op mijn bureau. Een en al info qua sfeer, kleur, geur en aaibaarheid komt er op mij af: maar waar is de info qua woord? Nergens. Een webadres is het enige. Ik besluit niet op de website te kijken, want tenslotte ben ik gevraagd om mjn visie over de layout van deze folder (is het dat?) te geven. Deze folder roept bij mij een paar vragen en opmerkingen op:

Mijn visie: verspilde moeite. De kennis is verbaasd. Zijn reactie in het kort:

De moraal van dit verhaal? Ook als je nadenkt over wat je wilt zeggen en er veel tijd en geld aan besteedt om dat mooi te verpakken, kan je boodschap nog steeds niet overkomen zoals jij het bedoelt. Richt je niet alleen op de zender, maar vooral op de ontvanger! Mee eens of niet? Geef hier uw reactie!

---------
Dec 2004:
Er is al veel gezegd over Minister Verdonk die op werkbezoek ging bij een aantal imams. Meteen bij binnenkomst steekt zij haar hand uit om een van de imams de hand te schudden. Die weigert dit echter en zegt ter verklaring dat hij vrouwen geen hand mag geven. Waarop minister Verdonk haar wenkbrauwen optrekt en zegt : "Maar, ik ben toch gelijk aan u?" Enkele gedachten die bij mij opkwamen toen ik dit zag en die ik vaak miste in andere reflecties:

Kortom, ik vind dit een staaltje van opmerkelijke communicatie dat bij mij veel vragen opriep. Dit gedrag verwachtte ik niet te zien bij een minister en ook niet van een geestelijk voorganger. Wat vindt u, hoe zou dit effectiever hebben gekund? Uw suggesties zijn van harte welkom! reactie

Home